Op de valreep voor het einde van het jaar 2019 is vanuit het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een brief gekomen met belangrijke implicaties voor werkgevers met werknemers met slapende dienstverbanden (brief d.d. 13 december 2019). Ook heeft het UWV belangrijke mededelingen gedaan over de uitvoering van de compensatieregeling en is er interessante rechtspraak geweest over het onderwerp. BOLT wil u wijzen op de gevolgen.

Wat is een slapend dienstverband en wat is er veranderd?

Een slapend dienstverband is een dienstverband dat na 2 jaar arbeidsongeschiktheid wegens ziekte niet is beëindigd, ondanks dat de werknemer geen werkzaamheden meer uitvoert en er geen loon meer wordt betaald. Sinds 1 juli 2015 als gevolg van de WWZ is ook in het geval een werkgever een arbeidsovereenkomst beëindigt na 2 jaar arbeidsongeschiktheid wegens ziekte een transitievergoeding aan de werknemer verschuldigd. Veel werkgevers gingen daarom een langere periode niet over tot beëindiging van (slapende) dienstverbanden na 2 jaar arbeidsongeschiktheid, om te voorkomen dat de transitievergoeding moest worden betaald. In november 2019 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat deze situatie onwenselijk is. Als een werknemer een verzoek doet om zijn arbeidsovereenkomst na 2 jaar arbeidsongeschiktheid door ziekte te beëindigen, moet de werkgever daar -behalve in uitzonderlijke gevallen- als goed werkgever aan mee werken.

Wet compensatie transitievergoeding

Om werkgevers te stimuleren om slapende dienstverbanden te beëindigen, had de wetgever al eerder de Wet compensatie transitievergoeding aangenomen. Op grond van deze wet kunnen werkgevers die na 2 jaar arbeidsongeschiktheid door ziekte de arbeidsovereenkomst beëindigen en de werknemer een transitievergoeding betalen, de betaalde transitievergoeding met ingang van 1 april 2020 bij het UWV terugvorderen.  De compensatieregeling geldt met terugwerkende kracht voor arbeidsovereenkomsten met arbeidsongeschikte werknemers die zijn geëindigd op of na 1 juli 2015. Formulieren ‘Aanvraag compensatie transitievergoeding’ kunnen door werkgevers vanaf 1 april 2020 worden ingediend bij het UWV (op de website van UWV staat exact hoe dat moet gebeuren en welke informatie moet worden toegestuurd).

Het UWV heeft in december 2019 wijzigingen aangekondigd in de uitkering van de compensatieregeling. Zie voor meer informatie: https://www.uwv.nl/werkgevers/actueel/uitvoering-compensatieregeling-gewijzigd.aspx

Belangrijk voor de hoogte van de compensatie is te weten dat per 1 januari 2020 de wijze van berekening van de transitievergoeding is veranderd. Als u als werkgever na 31 december 2019 overgaat tot het beëindigen van de arbeidsovereenkomst, dan zal u voor deze dienstverbanden minder gecompenseerd worden door het UWV dan bij een beëindiging voor die datum, namelijk enkel het bedrag conform de opbouwregels vanaf 1 januari 2020.

Meewerken aan een verzoek om beëindiging moet, schadevergoeding voor werknemer zelfs na AOW/ pensioengerechtigde leeftijd

Op 9 januari 2020 is een interessante uitspraak verschenen van het Gerechtshof s’-Hertogenbosch (ECLI:NL:RBLIM:2019:3211). In deze zaak had een werknemer zijn werkgever gevraagd het dienstverband met hem op te zeggen/ te beëindigen vanwege langdurige ziekte (langer dan 2 jaar), met betaling van de transitievergoeding aan hem. De werkgever had dit geweigerd. Het Hof meende dat in lijn met de uitspraak van de Hoge Raad van 8 november 2019 een dergelijke weigering niet was toegestaan en dat de werkgever de werknemer alsnog een schadevergoeding diende te betalen. Deze schadevergoeding was gelijk aan de wettelijke transitievergoeding, zoals die voor de werknemer gold na afloop van de 2 jaar ziekte. De omstandigheid dat de werknemer na de weigering van de werkgever om te beëindigen de AOW/pensioengerechtigde leeftijd had bereikt, deed niet af aan het recht op schadevergoeding volgens het Hof. Dit is bijzonder, omdat volgens de wet aan een werknemer geen transitievergoeding hoeft te worden betaald in geval van een ontslag vanwege het bereiken van de AOW/ pensioengerechtigde leeftijd.

Er is weliswaar geen ontslagplicht voor werkgevers. Zij hoeven dus niet zelf het initiatief te nemen om tot beëindiging van het dienstverband met werknemers met slapende dienstverbanden over te gaan. Echter, als een werknemer erom vraagt, zal de werkgever aan het verzoek gehoor moeten geven. Ook als zo’n verzoek wordt gedaan vlak voor de AOW/ pensioengerechtigde leeftijd van de werknemer. Doet de werkgever dat niet, dan kan de werknemer alsnog schadevergoeding eisen, zelfs na de AOW/pensioengerechtigde leeftijd. De plicht om mee te werken aan de beëindiging bestond namelijk al voor de AOW/pensioengerechtigde leeftijd!

Conclusie

Mocht u als werkgever slapende dienstverbanden hebben, dan is het verstandig om deze werknemers actief te benaderen en te komen tot een beëindigingsregeling. Indien u dat doet, kunt u vanaf 1 april 2020 voor (gedeeltelijke) compensatie in aanmerking komen. BOLT kan helpen bij het opstellen van een juist geformuleerde vaststellingsovereenkomst. Ook voorkomt u dat een werknemer zich bij (gedeeltelijk) herstel ooit weer meldt bij u op de werkvloer, om te komen re-integreren en u voorkomt dat werknemers zich mogelijk alsnog melden vlak voor de AOW/pensioengerechtigde leeftijd en u dan alsnog een vergoeding zal moeten voldoen.

Voor vragen neem contact op met BOLT arbeidsrecht: info@boltlaw.nl