Bedrijven worden steeds vaker blootgesteld aan oneerlijke praktijken. Die partijken zijn vaak gericht op (onrechtmatige) verkrijging van bedrijfsgeheimen door ontvreemding, bedrijfsspionage of ontstaan door nalatigheid in de toepassing van vertrouwelijkheidsregels. Ontwikkelingen zoals globalisering en outsourcing dragen bij aan toenemende risico’s. Alhoewel de TRIPS-overeenkomst voorschrijft dat bedrijfsmatige ‘undisclosed information’ beschermd dient te worden, biedt de mate en wijze van bescherming van bedrijfsgeheimen in de EU-lidstaten een gefragmenteerd beeld. Ter bevordering van de harmonisatie werd in 2016 de Richtlijn (EU) 2016/943 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van niet-openbaar gemaakte knowhow en bedrijfsinformatie (bedrijfsgeheimen) tegen het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken en openbaar maken daarvan aangenomen. De Richtlijn schrijft voor dat alle lidstaten specifieke wettelijke instrumentaria moeten invoeren om onrechtmatige inbreuk op bedrijfsgeheimen tegen te gaan.

Achtergrond

In Nederland ontbreekt het op dit moment nog aan wetgeving ter bescherming van bedrijfsgeheimen. Algemeen civielrecht biedt het beroep op contractuele bescherming (denk aan NDA’s) en onrechtmatige daad. Het arbeidsrecht bevat twee belangrijke geheimhoudingsverplichtingen. De werknemer is verplicht zich als een goed werknemer te gedragen, waaronder algemeen ook wordt begrepen het geheim houden van bedrijfsgeheimen. Onrechtmatige bekendmaking kan zelfs een dringende reden opleveren voor de beëindiging van de arbeidsovereenkomst.

De Richtlijn dient 9 juni 2018 in nationale wetgeving te zijn verankerd. Eind 2017 is het wetsvoorstel Wet bescherming bedrijfsgeheimen voorgelegd aan de Tweede Kamer. Hieronder volgt een verkorte samenvatting van het Wetsvoorstel, dat naar verwachting nog dit jaar de eindstreep zal halen, wellicht iets later van de uiterste datum van 9 juni 2018.

Wat valt onder bedrijfsgeheimen?

Het Wetsvoorstel sluit op bij de definities van bedrijfsgeheim, houder van bedrijfsgeheimen, inbreukmakende goederen en inbreukmaker zoals in de Richtlijn opgenomen. Bedrijfsgeheimen kunnen betrekking hebben op een breed scala aan informatie, van technologische kennis, zoals fabricagemethoden en recepturen, tot handelsgegevens, zoals informatie over klanten en leveranciers, bedrijfsplannen of marktonderzoek en marktstrategieën. Het vormt deels aanvulling en deels overlap met bestaande wetgeving ter bescherming van intellectuele eigendom zoals auteursrecht (bijvoorbeeld op software) en databankrecht.

De verboden en toegestane handelingen

Het wetsvoorstel geeft een kader van gevallen waarbij er sprake is onrechtmatige inbreuk op bedrijfsgeheim. Centraal staat daarbij het ontbreken van toestemming. De verkrijging van een bedrijfsgeheim is onrechtmatig indien sprake is van onbevoegde toegang tot of toe-eigening van bijvoorbeeld documenten, voorwerpen of elektronische bestanden die het bedrijfsgeheim omvatten.

Uitgesloten van de wettelijke verboden is overigens een aantal categorieën van rechtmatige verkrijgingen. Het gaat om betrekkelijk voor de hand liggende situaties zoals een eigen ontdekking, (toegestane vormen van) reverse engineering activiteiten en het verkrijgen van informatie die al publiek beschikbaar was. Ingeval het bedrijfsgeheim wordt verkregen in de uitoefening van het recht op informatie en raadpleging van werknemers of vertegenwoordigers daarvan en raadpleging in overeenstemming is met het Europese recht of de nationale regelgeving of praktijken is de verkrijging eveneens rechtmatig. Denk daarbij aan bijvoorbeeld raadpleging van de ondernemingsraden en de toepassing van SER Fusiegedragsregels.

Wettelijke uitzonderingen

De Richtlijn en het voorstel kent een aantal belangrijke uitzonderingen voor gevallen waarin de belangen van openbaring en gebruik van bedrijfsgeheimen prevaleren boven het belang van geheimhouding ervan.
Het handelt hierbij om situaties waarin vrijheid van meningsuiting speelt, of het onthullen van wangedrag, fouten of onrechtmatige activiteiten bijvoorbeeld door klokkenluiders, en voorts mededelingen aan vertegenwoordigers van medezeggenschapsorganen zoals de ondernemingsraad.

Rechtsmaatregelen

Het wetvoorstel regelt een aantal specifieke rechtsvorderingen die via de rechter kunnen worden afgedwongen. Er kunnen voorlopige en bewarende maatregelen worden gevorderd, zoals het voorlopige gebod tot staking van gebruik van bedrijfsgeheimen of het voorlopige verbod op productie of in de handel brengen van inbreukmakende goederen. Bewarende maatregelen omvatten beslaglegging op, afgifte of het gebod op terughalen van goederen.

In een bodemprocedure kunnende definitieve bevelen en corrigerende maatregelen worden gevorderd. De rechter kan op vordering bevelen dat het gebruik of de openbaarmaking van het bedrijfsgeheim wordt beëindigd of moet hij deze inbreuk kunnen verbieden. Daarnaast kan hij een verbod geven op het produceren, aanbieden, in de handel brengen of gebruik van inbreukmakende goederen of een verbod deze voor die doeleinden in of uit te voeren of op te slaan. Verder kan de rechter passende corrigerende maatregelen bevelen: het terugroepen van inbreukmakende goederen van de markt, het ontdoen van de inbreukmakende kwaliteit van deze goederen, of het vernietigen van inbreukmakende goederen of het uit de handel nemen ervan. Tot slot kan de rechter bevelen tot het vernietigen of teruggave van zaken die bedrijfsgeheimen bevatten of toepassen, zoals materialen, substanties, documenten en elektronische bestanden.

Schadevergoeding

Schadevergoeding kan worden gevorderd van een inbreukmaker die wist of had moeten weten dat hij een bedrijfsgeheim onrechtmatig heeft verkregen, heeft gebruikt of openbaar heeft gemaakt. Het maakt niet uit of de inbreukmaker het bedrijfsgeheim direct of indirect verkreeg. Voor vergoeding komen in aanmerking de negatieve economische gevolgen, waaronder winstderving, die de benadeelde partij heeft ondervonden, of de onrechtmatige winst die de inbreukmaker heeft genoten. Het wetsvoorstel biedt de mogelijkheid om ook een forfaitaire schadevergoeding toe te wijzen, bijvoorbeeld op een fictief te begroten royalties bedrag dat bij rechtmatig gebruik met toestemming verschuldigd zou zijn geweest.

Voorlopige conclusie

Het wordt voor ondernemingen eenvoudiger om binnen de EU hun bedrijfsvoering en daarbij behorende bedrijfsgeheimen te beschermen. De hiervoor besproken Richtlijn (Trade Secret Directive) legt de verplichting op aan alle lidstaten om een geharmonieerd pakket maatregelen te treffen waarop bedrijven zich in de toekomst kunnen beroepen. Dit betekent winst voor innovatieve bedrijven die worden geconfronteerd met oneerlijke handelspraktijken. Ook wordt een positief effect verwacht op de bereidheid van bedrijven om (binnen de EU) samenwerking met derden te zoeken waarbij het delen van bedrijfsgeheimen om de hoek komt kijken. Daarmee wordt de concurrentie- en slagkracht van het bedrijfsleven versterkt. De maatregelen en sancties komen voor een groot deel overeen met de maatregelen die we kennen uit Europese en nationale wet- en regelgeving ter bescherming van intellectuele eigendomsrechten en kunnen op het eerste gezicht als doeltreffend en stevig worden gekenmerkt.

De later in 2018 te verwachten inwerkingtreding van de Wet bescherming bedrijfsgeheimen betekent geenszins een einde aan de bestendige praktijk van het sluiten van Non-Disclosure Agreements of NDA’s. Het verdient wel aanbeveling om de tekst van uw NDA, arbeidsovereenkomst en personeelsreglementen en geheimhoudingsprotocollen na te lopen en aan te passen op de situatie dat de Wet bescherming bedrijfsgeheimen van toepassing is om onbedoelde omissies of beperkingen van de gunstige bepalingen uit die wet te voorkomen.

Wordt u geconfronteerd met (dreigende) schending van bedrijfsgeheim of wilt u weten wat de impact van de nieuwe regels over bescherming van bedrijfsgeheimen is voor uw organisatie of bedrijf, neem dan voor meer informatie gerust contact op met Rogier Dahmen, advocaat ondernemingsrecht.