Ontslag van schoonmaker treinen na een incident

Werknemer (1967) is sinds 2011 in dienst van Hago. Hago houdt de treinen schoon voor Nedtrain. De kantonrechter heeft in april 2016 de arbeidsovereenkomst op verzoek van Hago ontbonden op de h-grond. Het hof oordeelt dat de kantonrechter de arbeidsovereenkomst ten onrechte  heeft ontbonden. Bij het incident op 20 augustus 2014, dat de aanleiding was voor het verzoekschrift, heeft werknemer geen geweld gebruikt.

Incident hing samen met psychose

Het hof is van oordeel dat het aldus onderbouwde incident in redelijkheid niet de stelling kan schragen dat werknemer een gevaar voor collega’s en reizigers is gebleken en dat hij daarom, na herstel van de psychose, niet meer voor Hago aan het werk kan. Daar komt bij dat de medewerkers van Lentis hebben aangeboden hulp te bieden bij terugkeer op de werkplek om eventuele onrust bij collega’s, bijvoorbeeld als gevolg van onbekendheid met het ziektebeeld, weg te nemen en om te fungeren als jobcoach. Zonder nadere toelichting kan Nedtrain de door Hago gestelde beslissing om werknemer niet meer op haar terreinen toe te laten, in redelijkheid niet baseren op dit incident. Hago heeft zich niet ingespannen om werknemer, nadat hij was behandeld voor zijn psychose, terug te laten keren in zijn werk voor Nedtrain.

Hof: werkgever moet werknemer weer in dienst nemen

Aangezien naar het oordeel van het hof de kantonrechter ten onrechte de arbeidsovereenkomst heeft ontbonden en het belang van werknemer, gelet op zijn persoonlijke omstandigheden, bij het terugkrijgen van juist deze baan groot is, zal het hof het verzoek van werknemer om Hago te veroordelen tot herstel van de arbeidsovereenkomst toewijzen, en niet overgaan tot een billijke vergoeding in plaats van herstel nu de weigering van Nedtrain om werknemer toe te laten gebaseerd is op een onjuiste voorstelling van zaken en Hago zich onvoldoende heeft ingespannen om werknemer terug te laten keren in zijn werk.

Bron: Hof Arnhem – Leeuwarden, 9 december 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:9733.

Dit artikel is geschreven door Mijke van den Brand, advocaat arbeidsrecht bij BOLT Advocaten en het verscheen ook als signalering in het Tijdschrift Arbeidsrecht Praktijk, editie 1, 2017.