Bedrijf is ontevreden over directeur

Directeur (1961) in dienst van de stichting Voor Elkaar sinds 1997 gaat in beroep tegen ontbinding van de arbeidsovereenkomst omdat zij in dienst wil blijven. De doelstellingen van de Stichting zijn in 2014 omgevormd onder meer de ten gevolge van de invoering van de WMO. In juli 2015 is werknemer door het bestuur een andere functie aangeboden omdat men niet tevreden was over het functioneren van werknemer. Werknemer heeft dit voorstel afgewezen. In november 2015 heeft werknemer zich ziek gemeld. Later is duidelijk geworden dat er sprake was van arbeidsongeschiktheid als gevolg van stress en overbelasting.

Kantonrechter beëindigt arbeidsovereenkomst en kent billijke vergoeding toe

De kantonrechter heeft de arbeidsovereenkomst op verzoek van de Stichting ontbonden op de rest-grond (de h-grond) onder toekenning van een billijke vergoeding aan werknemer van € 20.000. Naar het oordeel van het hof is vast komen te staan dat het functioneren van werknemer niet voldeed aan datgeen wat de Stichting van haar kon en mocht verlangen. Het hof verwijst daarbij naar uitgebreide verklaringen van bestuursleden waarin het disfunctioneren is geconcretiseerd en feitelijk is onderbouwd. In de kern komt het erop neer dat de functie van directeur werknemer boven het hoofd gegroeid was.

Hof oordeelt dat disfunctioneren de grondslag is, geen billijke vergoeding

Het hof is voorts van oordeel dat de Stichting gedaan heeft wat van haar als goed werkgever verwacht mocht worden om het functioneren van werknemer naar een noodzakelijk hoger plan te brengen. Dat de Stichting daarin niet is geslaagd is haar niet te verwijten. Met de kantonrechter is het hof van oordeel dat herplaatsing in de gegeven omstandigheden niet van de Stichting kan worden gevergd. Het hof is dan ook van oordeel dat werknemer geen recht heeft op een billijke vergoeding. De billijke vergoeding die de kantonrechter heeft toegekend aan werknemer wordt door het hof alsnog aan haar ontzegd.

Bron: hof Den Haag, 29 november 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:3520.

Dit artikel is geschreven door Mijke van den Brand, advocaat arbeidsrecht bij BOLT Advocaten en het verscheen ook als signalering in het Tijdschrift Arbeidsrecht Praktijk, editie 1, 2017.