Een borreltje te veel

Werknemer is sinds 2001 in dienst van werkgever als metselaar. Hij lijdt aan diabetes mellitus en moet als gevolg daarvan minimaal viermaal per etmaal insuline inspuiten. Op 18 december 2015 heeft werknemer op de jaarlijkse kerstborrel van het bedrijf veel alcohol gedronken. Een gesprek van werknemer met de directeur eindigde die avond in een ruziënde sfeer. Kort na middernacht wilde de directeur het café, waar de borrel had plaatsgevonden, verlaten. Werknemer heeft hem vastgepakt en heeft geprobeerd hem te slaan. Een collega heeft werknemer  vastgepakt en verhinderd dat hij de directeur zou slaan.

Ruzie met de baas

Werkgever heeft werknemer toen onmiddellijk ontslag op staande voet aangezegd. De kantonrechter heeft het vernietigingsverzoek van werknemer afgewezen. Het hof overweegt dat werknemer niet betwist dat hij de directeur is aangevlogen en heeft gepoogd deze te slaan. Als dringende reden voor het ontslag op staande voet heeft werkgever deze poging, in samenhang met de jegens directeur geuite bedreigingen, aangevoerd. Ook naar objectieve maatstaven is het hof van oordeel dat het bedreigen van (de directeur van) de werkgever en het pogen deze te slaan, een dringende reden voor ontslag kan opleveren. Dat directeur niet is geslagen, is niet te danken aan werknemer.

Ontslag op staande voet geldig

Het hof is van oordeel dat het gedrag van werknemer zodanig ernstig is, dat ook indien de persoonlijke omstandigheden van werknemer in acht genomen worden (58 jaar, 25 jaar in dienst, diabeet), de aangevoerde reden voldoende dringend is om het gegeven ontslag te rechtvaardigen. Voor wat betreft de gevolgen van het ontslag wordt overwogen dat werknemer direct na het kerstreces bij een werkgever kon beginnen. Dat zijn positie op de arbeidsmarkt ongunstig is, blijkt dan ook niet. Werknemer heeft geen feiten of omstandigheden gesteld die maken dat het niet toekennen van de transitievergoeding in dit geval naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Het hof verwerpt het hoger beroep.

Bron: Hof Arnhem – Leeuwarden, 9 december 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:9871.

Dit artikel is geschreven door Mijke van den Brand, advocaat arbeidsrecht bij BOLT Advocaten en het verscheen ook als signalering in het Tijdschrift Arbeidsrecht Praktijk, editie 1, 2017.