Het zogenaamde UBO-register en het centraal aandeelhoudersregister houden de gemoederen al een tijd bezig, met name het beoogde openbare karakter van het UBO-register brengt vele pennen in beweging. Met het UBO-register komen tot nu toe in de privésfeer gehouden persoonsgegevens van (vermogende) particulieren in publiek domein terecht. Het is de vraag welke waarborgen van de persoonlijke levenssfeer onze wetgever zal willen implementeren.

Alhoewel de exacte invulling in nieuwe wetgeving nog onduidelijk is, is het de verwachting dat het UBO-register er in 2017 komt, ook al zal de beoogde uiterste datum van 26 juni 2017 waarschijnlijk niet haalbaar blijken. Deze update geeft bondig de stand van zaken weer over het UBO-register, en het daarvan niet los te denken centraal aandeelhoudersregister.

Centraal Aandeelhoudersregister

Op dit moment wordt de identiteit van aandeelhouders van een BV of niet-beursgenoteerde NV alleen geregistreerd in het Handelsregister indien er sprake is van slechts één aandeelhouder is. Zijn er meerdere aandeelhouders, dan kan het aandeelhoudersregister worden geraadpleegd. Het register is niet publiek en slechts toegankelijk voor aandeelhouders en andere vergadergerechtigden. Het aandeelhoudersregister wordt echter in veel gevallen niet of slecht bijgehouden, of raakt zelfs kwijt. Het verifiëren van aandelenbezit of beperkte rechten is daardoor in veel gevallen lastig en dat  komt de rechtszekerheid niet te goede.

Er wordt al langer gedebatteerd over een centrale oplossing waarin een centraal register van aandeelhouders wordt bepleit. Na toezeggingen door de Minister en evenveel daaropvolgend uitstel, is er eind 2016 een initiatiefnota ingediend voor wettelijke invoering van het centraal aandeelhoudersregister, ook wel aangeduid als ‘CAHR’. Hierbij willen de initiatiefnemers regelen dat de informatie van het aandeelhoudersregister centraal wordt opgeslagen door het notariaat. Het register moet inzicht geven in de betrokkenheid van natuurlijke en rechtspersonen bij rechtspersonen en kan daarmee toegevoegde waarde bieden bij de bestrijding van financieel economische fraude. Dit register wordt niet toegankelijk voor iedereen, maar enkel voor een aantal instellingen die daar een proportioneel belang bij hebben, waardoor de privacy van aandeelhouders zoveel mogelijk gewaarborgd blijft, althans volgens het initiatief wetsvoorstel.

Alhoewel het CAHR een eind zou kunnen maken aan een aantal praktische gebreken van het huidige systeem, heeft het voorstel nog niet kunnen rekenen op al te veel enthousiast respons van de politiek of praktijk.

UBO-register

Het CAHR kan niet los worden gezien van de al in 2015 aangenomen Europese richtlijnregels in de wijziging van de Europese ‘4e anti-witwasrichtlijn’. Die richtlijn beoogt onder meer het beveiligen van de belangen van de samenleving tegen criminaliteit en terroristische daden.

De wijzigingen hebben (onder meer) tot gevolg dat alle EU-lidstaten uiterlijk 26 juni 2017 een register dienen in te stellen dat informatie bevat over ‘uiteindelijk belanghebbenden’ (ultimate beneficial owner of UBO) van rechtspersonen en andere rechtsvormen zoals trusts (UBO-register). De desbetreffende entiteiten worden ook verplicht om UBO-gegevens up-to-date te houden. De informatie zal worden opgenomen in een centraal register dat wordt aangehouden in de lidstaat waar de betreffende rechtspersoon is opgericht.

De informatie is toegankelijk voor:

  • Bevoegde autoriteiten en de FIU-NL, zonder enige beperking;
  • Meldingsplichtige instellingen in het kader van hun cliëntenonderzoek;
  • Alle personen of organisaties die een ‘legitiem belang’ kunnen aantonen dat verband houdt met het tegengaan van witwassen en financieren van terrorisme en de daarmee verband houdende basisdelicten, zoals corruptie, fiscale misdrijven en fraude.

De privacy moet echter ondanks een openbaar UBO-register wel gewaarborgd blijven.  In navolging van de mogelijkheden die de richtlijn biedt heeft de Minister aangegeven gebruik te zullen maken van vier privacybeschermende maatregelen:

  • Iedere gebruiker zal worden geregistreerd;
  • Er zal een vergoeding gevraagd worden voor inzage;
  • Gebruikers anders dan specifiek aangewezen autoriteiten en dan de FIU-NL krijgen inzage in een beperkte set gegevens;
  • Bij een risico op bijvoorbeeld kidnapping, chantage, geweld of intimidatie wordt per individueel geval een nauwkeurige beoordeling gemaakt van de risico’s en wordt bezien of (bepaalde) UBO-informatie zal worden afgeschermd.

Privacy

De verzameling en toegang tot gegevens in het UBO-register staat op gespannen voet met het recht op de bescherming van persoonlijke de levenssfeer van de betrokken UBO’s. Met de vier waarborgen wordt geprobeerd de privacy zo goed mogelijk te waarborgen, maar het valt maar te bezien of dat voldoende effect sorteert. Door de omvang van de groep personen die binnen de categorieën van toegangsgerechtigden kunnen vallen, wordt waarborg van bescherming van persoonsgegevens slecht controleerbaar en uitvoerbaar.

De minister van Veiligheid en Justitie heeft al eerder in een Kamerbrief aangegeven dat de ontwikkeling van het CAHR wordt aangehouden totdat het UBO-register verder is ontwikkeld. In de Kamerbrief is door de minister wel al aangegeven dat Nederland ervoor kiest om het UBO-register omwille van eenvoud in te stellen als een algemeen toegankelijk openbaar register, daar waar het centraal aandeelhoudersregister in het huidige wetsvoorstel beperkt toegankelijk zal zijn voor specifieke categorieën toegangsgerechtigde gebruikers.

In EU-verband dient iedere aantasting van de persoonlijke levenssfeer, zoals het beoogde UBO-register behelst, onder meer dienen te voldoen aan de vereisten van proportionaliteit en noodzakelijkheid.  Het is de vraag of een openbaar UBO-register aan deze vereisten kan voldoen. Illustratief is een uitspraak van het Franse Constitutionele Hof van 23 oktober 2016 waarin het kort daarvoor geïntroduceerde Franse wettelijke openbare UBO-register voor begunstigden van trusts om redenen van disproportionele inbreuk op de privacy ongeldig werd verklaard.

Tegelijkertijd zijn er ook al weer uitbreidingen aangekondigd in een voorstel van de Europese Commissie tot uitbreiding van de 4e antiwitwasrichtlijn. Dat voorstel rekt de reikwijdte van de huidige richtlijn op, doordat ook bijvoorbeeld het opsporen van belastingontduiking en bescherming van minderheidsaandeelhouders als impliciete doelstellingen worden omarmd. Daarmee wordt de groep toegangsgerechtigden met een ‘legitiem belang’ tot UBO-informatie aanmerkelijk weer vergroot, hetgeen uit hoofde van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van UBO’s onwenselijk kan zijn. Het voorstel heeft dan ook nogal stevige kritiek gekregen uit de hoek van de Europese privacy werkgroep en roept op om toegang tot de UBO-gegevens voor te behouden aan bevoegde overheidsorganen.

Wij kunnen ons voorstellen dat de Nederlandse wetgever meer nadrukkelijk dan tot nu toe rekenschap zal moeten gaan geven van de impact op privacy in het komende wetgevingsproces. De 4e anti-witwasrichtlijn biedt ruimte voor uitzondering en inperking van toegang tot het register en geeft ook de opdracht om privacy regelgeving na te doen leven. Wij zien het dan ook als een logische keuze voor de wetgever kritisch te staan tegenover ongebreidelde transparantie, en de mogelijkheid om toegang tot het UBO-register te beperken tot specifieke categorieën nadrukkelijk te (her)overwegen. Het is zoals het zich nu laat aanzien uiteindelijk aan de wetgever en beleidsmakers van een nieuw kabinet om daarin de koers te bepalen.

Heeft u vragen over het UBO-register of centraal aandeelhoudersregister, dan kunt u contact opnemen met Rogier Dahmen +31